zaterdag 26 december 2009

Claire


Ik weet waar je bent. Dat hoef je me niet te zeggen.
Zeg waar je naartoe wilt, of liever: spel het letter voor letter.
Voed me als gaf je je sigaret een vlam.
Zo ver is het. Wanneer je er zult zijn, kan ik je niet vertellen.
Waarom verbaast je mijn Nederlandse accent?
Je hebt voor mij gekozen.
Ik geef je instructies, als een strenge meesteres.
Wat ik wil, zeg ik je ruim op voorhand.
Wanneer het zover is, herhaal ik het kort en dwingend.
Als je gedaan hebt wat ik zei, dan zwijg ik.
Of had je nood aan bevestiging?
Vind je het lange zwijgen onaangenaam?
Ik toon waar je bent of liever hoe je steeds van plaats verandert.
De horizon schuift op.
Waarom deed je niet wat ik vroeg? Nee, dat denk jij, niet ik.
Ik negeer dat je mijn bevelen negeert.
Herberekenen heet dat.
Eigenlijk ben ik meegaander dan je denkt, al lijk jij mij te volgen.
Ik toon wat je niet kunt zien, wat je meestal niet eens wist.
Overbodige informatie? Weet ik veel wat je wilt.
Je hebt me niet alles gezegd.
De namen zijn mooi.
Waarom praat je tegen me? Wil je me corrigeren?
Denk je dat ik luister?
Ik stippel een weg voor je uit
Het lijkt of ik in de toekomst kan kijken.
Ik weet waar je bang voor bent. En waarschuw je.
Jij bent het die kijkt. Laat je niet afleiden.
Je deed weer niet wat ik zei.
Waarom denk je het beter te weten?
Ik wil je terugbrengen, je dwaling herstellen. Ik neem je niets kwalijk.
Weer negeer je mijn wil.
Begrijp je de U-wending niet?
Dóórrijden!
Klonk dat te bars?
Het was een teken dat jij me leidt.
Ik heb toegegeven. Ben je nu tevreden?
Bestemming. De zwart-wit geruite vlag, al ben je geen racer.
Ik ben uitgespeeld. Doe het nu maar zelf.


Claire is de stem van een Mio Global Positioning System. Op drie woorden na zijn alle andere haar in de mond gelegd en bijgevolg fictief.

Motto: 'We weten weinig van elkaar [...] We zijn erg eenzaam [...] Je kent me [...] Ja, wat men kennen noemt [...] Maar Hij wijst naar haar voorhoofd en haar ogen daar, daar, wat ligt daarachter? Kom nou, we hebben grove zintuigen. Elkaar kennen? We zouden elkaars schedeldaken open moeten breken en elkaar met geweld de gedachten uit de hersenvezels trekken.' (Georg Büchner, Dantons Tod, I,1)

donderdag 24 december 2009

dinsdag 22 december 2009

(Kerst)consumptietijd


Reclame

Maar waar gaan we heen
onbezorgd wees onbezorgd
als het donker en als het koud wordt
wees onbezorgd
maar
met muziek
wat moeten we doen
vrolijk en met muziek
en denken
vrolijk
oog in oog met een einde
met muziek
en waarheen dragen we
het best
onze vragen en de huivering van al die jaren
naar de droomwasserij onbezorgd wees onbezorgd
maar wat gebeurt er
het best
als er doodse stilte

intreedt


Ingeborg Bachmann, 'Reklame', uit: Anrufung des Großen Bären, R. Piper Verlag, München, 1956 (vertaling Erik de Smedt)




Afbeeldingen: Andreas Gursky, 99 Cent (1999) en Barbara Kruger, Untitled (I shop therefore I am) (1987)

zaterdag 19 december 2009

De andere kant opkijken






Klimaatconferentie Kopenhagen,
7-18 december 2009

woensdag 9 december 2009

Non schola, sed vitae


Een leraar met examentoezicht schrijft of leest zelf niet. Het menselijk werkgeheugen heeft echter capaciteit genoeg om een vers in wording op te slaan.

Alsof de duivel hen wou jennen
zitten ze bladen vol te pennen.
Kinderen, ik wil jullie ijver niet verpesten
maar draag toch dit ook mee:
'La culture, c'est ce qui reste
quand on a tout oublié.'

donderdag 3 december 2009

Tijd verstreken

Omdat morgen de examens beginnen, moest ik alleen 's ochtends les geven. Dus even naar de bibliotheek. In de Stationsstraat een plaats gevonden, dicht bij de parkeerautomaat. Daar stop ik altijd geld in, sinds menselijke parkeerwachters door Turnhout patrouilleren. 11.26 uur. Een parkeerautomaat verlangt dat je precies kunt schatten hoeveel tijd je nodig hebt. Vijf minuten lopen, een kwartier in de bieb, vijf minuten om terug te keren: een half uurtje moet volstaan. Dat treft: met vijf 10-centstukken mag ik tot 11.51 uur. Ticket goed zichtbaar achter de voorruit.

Met een briefje in de hand komt een zuiders uitziende jonge vrouw naar me toe. Er staat een adres op. Of ik haar kan zeggen waar nummer 80 is. Het huis waar we voor staan draagt de nummers 60-58, richting station lopen ze blijkbaar af. Dus de andere richting. 'Loopt u maar even mee, ik moet ook die kant op.' Ze spreekt beter Nederlands dan ik aanvankelijk vanwege haar hulpeloze blik dacht. Vanwaar ze komt, vraag ik en maak haar daarmee ongewild tot allochtoon. 'Hier, van Turnhout', zegt ze. 'Eigenlijk uit Algerije.' 'Algérie' laat ze erop volgen, met iets meer warmte in haar stem. 'Ik ben nog maar een paar maanden in Turnhout. Ik vind het moeilijk hier mijn weg te vinden.' 'Ja', zeg ik, ''t is een kleine stad, maar met heel veel straten.' Intussen zijn we huisnummer 68 gepasseerd en staan we meteen voor nummer 82.

Hoe kan dat? We moeten er voorbijgelopen zijn. Terug naar het vorige pand, een appartementsgebouw. Nummer 68. Veel namen op de bellen, ook van vreemde origine, maar niet Moederzorg waar ze volgens het briefje dat de VDAB voor haar heeft geschreven, moet zijn. 'Bent u zeker dat het nummer juist is, misschien hebben ze zich vergist?' Maar met zo'n zorgvuldig handschrift is de VDAB-medewerkster in haar ogen onfeilbaar. Terug naar nummer 82. 'Faculteit voor mens en samenleving' – een heel ruim begrip. Misschien valt er ook Moederzorg onder. 'Een parking, zou het hier zijn?' vraagt ze aarzelend. Lijkt me onwaarschijnlijk, tot ons oog valt op een reeks naambordjes, waaronder 'Moederzorg vzw'. Pijltjes gevolgd, na wat zoeken de juiste ingang gevonden. Hier staat het: 2e verdieping. Ze glimlacht dankbaar, ik wens haar succes. Achter me hoor ik haar aan een paar uit de lift gestapte vrouwen vragen: 'Hier moederzorg?' Ze zal het wel vinden.

Op het briefje van de VDAB stond ook een tijdstip: 12 uur. Dan is ze ruim op tijd. Maar ook een datum: 1-12-2009. Twee dagen te laat. Misschien heeft ze de afspraak verschoven.

In de bibliotheek blijkt een hele plank boeken met het SISO-nummer 700.6 te staan, veel meer dan ik er thuis had gevonden. In de catalogus waren het er maar acht. Voor wie in boeken bladert staat de tijd als het ware stil. Zoveel interessants, meer dan zes kan ik er niet meenemen. Wikken en wegen. Het filmscenario dat ik bij nummer 798.63 dacht te vinden, is er niet. Volgens de catalogus moet het er zijn. Ik zie wel nogal wat boeken verkeerd staan. De bibliothecaris in me kan het niet laten ze op hun plaats te zetten. Ik beperk me tot twee planken, anders blijf je bezig.

Op weg naar de afdeling Duitse boeken blijft mijn blik hangen aan een mededeling bij opvallend lege poëzierekken. 'Een deel van de poëziecollectie is niet (meer) beschikbaar wegens uitzuiveringswerkzaamheden.' Griezelige term, zeker buiten de bibliotheekmuren. En het toegevoegde 'niet (meer)' voorspelt weinig goeds. Alsof het resultaat bij voorbaat vaststaat. Minder aanbod. 'Less is more.' Ik moet denken aan Ezra Pounds 'Literatuur is nieuws dat nieuws blijft.' Hier niet. Schlechte Zeit für Lyrik.

Bij de automatische uitleen (tijd gewonnen voor het personeel, om meer tijd te hebben voor de bibliotheekgebruikers) meldt het scherm: 'Kaart geblokkeerd. Geldigheid sinds 20-10-2009 verstreken.' Wachten aan de balie. Twee vrouwen voor me. 'Nee mevrouw, ik kan dit genre niet vinden. Vraagt u het 's aan de balie binnen. Wacht, ik ga even met u mee. [...] Er is niemand, maar blijft u daar toch maar wachten tot de bediende er is. Dat zal niet lang duren. Zij zal u kunnen helpen.' De vrouw voor me zegt dat ze een boek heeft gereserveerd. 'Dat mag u zelf nemen' wijst de bediende met een breed armgebaar naar het rek schuin achter hem. 'Niemand kan het in uw plaats nemen', voegt hij er niet zonder ironie aan toe. De zwakke plek in het systeem is slechts schijn.

Mijn beurt. Lidmaatschap verlengen. 'Is uw telefoonnummer nog juist?' (Al 27 jaar hetzelfde, denk ik, maar op tijd schiet me te binnen dat het met mobieltjes wel anders loopt.) 'En klopt dit e-mailadres?' 'Mag ik uw identiteitskaart even zien?' 'Een ogenblikje, ik heb zoveel kaarten' verontschuldig ik mijn gezoek. 'Maar u hebt toch maar één identiteitskaart?' repliceert hij. De man heeft zin voor humor. 'Zou wel leuk zijn,' zeg ik, 'verschillende identiteiten.' Maar daar kan hij niet om lachen. 'Het is in orde. U kunt weer boeken lenen.' De laserscanner van daarnet wil mijn geüpdatete kaart niet lezen. Op de uitleenplek ernaast, waar een moderner scherm frivool vraagt om het even aan te raken, doet de scanner het gelukkig wel. Ik heb tijd, vanmiddag immers geen les.

In de Stationsstraat geen spoor meer van de Algerijnse; het zal haar wel gelukt zijn. Wél, in de verte, twee in kerstrood met witte streep geklede parkeerwachters. Twaalf uur voorbij. De bon, afgedrukt om 12:12, stelt droogjes vast: 'Feit: tijd verstreken.' (Filosofische gedachte: wat ánders?) 'Wij stellen vast dat er geen geldig parkeerticket of bewonerskaart aangebracht was en u derhalve opteert voor het halve-dagbiljet. Dat geeft de mogelijkheid om van 09:00 tot 13:00 of van 13:00 tot 18:00 te parkeren op alle parkeerplaatsen in Turnhout waar betalend parkeren geldt.' Ik had me dus niet hoeven te haasten en had er gewoon nog 48 minuten langer mogen staan. 'Te betalen som: 12,50 EUR.'

Ik kan inderdaad slecht in de toekomst kijken en schatten hoeveel tijd ik nodig heb. Misschien zou per sms betalen een betere manier voor me zijn. Maar ik heb geen mobieltje, want ik ben – niet alleen vanmorgen – niet helemaal met mijn tijd mee. 'Ne me demandez-pas mon âge, il change tout le temps' stond vanmorgen te lezen bij de tractatie van jarige collega Piet, die ons ieder jaar drie dagen voor Sinterklaas op pepernoten vergast.

Vader Chronos verslindt zijn kinderen. Zuster Judith van Stationsstraat nummer 80, zorg goed voor de Algerijnse.