De bezoeker krijgt, zoals in musea wel vaker gebeurt, een plattegrond mee om zich te oriënteren. Ik zag veel bezoekers meer naar de plattegrond kijken dan naar wat tentoongesteld is. Op zoek naar een houvast? Feit is dat de titel er niet om liegt: Plans d'évasion. Op de achterkant van de plattegrond een fragment uit een interview met Michel François waarin hij verwijst naar het bizarre huis van bewaring van Bioy Casarès (Morel's uitvinding): 'voor de toeschouwer[s] is er niets dat hen verbiedt te vluchten [anders vertaald: niets dat hen belet te ontsnappen], er zijn geen onoverbrugbare omheiningen'.

Zaal 8A is zo goed als helemaal ingenomen door een recente installatie met cactussen, polystyreen, hout en flessen, Psycho Jardin (cactus), een zentuin met weerhaken. Het onbehagen dat je bij het bekijken van die hoogst kunstmatige tuin overvalt – de vleesgeworden onvruchtbaarheid – verdwijnt als je in een hoek van de zaal een paar van stro gemaakte laarzen ziet staan. De goudgele warmte van het stro dat boeren vroeger in hun klompen droegen terwille van de betere isolatie, lijkt hier het schoeisel zelf geworden. Onwillekeurig krijg je gevoelens van herkenning, van welbevinden. Het blanke hout met knoesten waarop ze daar in de hoek staan, draagt er het zijne toe bij.
++fragment.jpg)

Geen kunstwerk komt uit de lucht vallen, geen museumbezoeker is een onbeschreven blad. Op het begeleidende vouwblad wordt er extra op gewezen: 'De kunst van Michel François mag dan erg fysiek en visueel zijn, ze wordt steeds gestimuleerd door een ondergronds netwerk van culturele referenties, stukjes vertellingen en ideologische principes.' Ogenblikkelijk verschijnt voor je inwendige oog Een paar schoenen (1886) van Vincent van Gogh.

Martin Heidegger, de wijsgeer die de taal het huis van het zijn noemde, heeft er in De oorsprong van het kunstwerk beroemde bladzijden aan gewijd. Zoekend naar 'het tuigachtige van het tuig', kiest hij een paar boerenschoenen, gekenmerkt door hun dienstigheid. Heidegger verwijt Van Gogh bijna dat hij op zijn schilderij die context van hun gebruik weglaat, al geeft hij toe dat ze er sporen van vertonen. 'Uit de donkere opening van het uitgetrapte binnenste van het schoeisel staart het afmattende van het altijd maar werken. In het onverslijtbaar degelijke van deze zware schoenen ligt de taaie volharding opgehoopt van de langzame tred door de langgerekte en altijd eendere voren van de akker waar een gure wind op staat. Aan het leer kleeft het vochtige en het vette van de grond. [...] Aan de aarde behoort dit tuig toe en in de wereld van de boerin is het geborgen.' (vert. Mark Wildschut en Chris Bremmers) De schoenen, waar de boerin nauwelijks over nadenkt, zijn vooral betrouwbaar, zegt Heidegger. 'Krachtens die betrouwbaarheid staat de boerin middels dit tuig in contact met de zwijgende roep van de aarde; krachtens de betrouwbaarheid is zij zeker van haar wereld.'
Het kunstwerk van Van Gogh doet ons pas inzien 'wat het schoeisel in waarheid is': de onverborgenheid van het zijnde. 'Een zijnde, een paar boerenschoenen, komt in het werk in de openheid en het licht van zijn zijn te staan. Het zijn van het zijnde komt in het bestendige van zijn schijnen.' (Dit laatste begrijp ik nog nauwelijks. Wel is me in de beschrijving van het boerenleven Heideggers serieuze 'Blut und Boden'-gehalte opgevallen.) Uit Van Goghs afbeelding van het paar schoenen leidt de wijsgeer het wezen van de kunst af: ze stelt ons in staat 'het zijn van het zijnde te denken'. Het zich-verbergende van dingen wordt gelicht. 'Dit soort licht voegt zijn schijnen in het werk. Het in het werk gevoegde schijnen is het schone. Schoonheid is een wijze waarop waarheid als onverborgenheid weest.'

Terug naar de strooien laarzen van Michel François. Is ook dit kunstwerk 'een worden en geschieden van de waarheid'? Durft de bezoeker nog wel dichterbij te komen? Een beetje verward door de kunstmatigheid van de psycho-tuin, waar op de stekels van de cactussen bolletjes polystyreen zijn geprikt, doet hij dat spontaan, aangetrokken door de bruingele warmte die herinnert aan een 'beddeken van stro'. De bezoeker bukt zich, denkt wat gefrustreerd aan de algemene museumwaarschuwing om met de ogen en niet met de vingers te kijken, hij voelt de neiging opkomen het kunstwerk aan te raken, lijkt het prikkelende stro al te ruiken – tot hem 'de aankomst van de waarheid van het zijnde als een zijnde' geschiedt en hij merkt dat wat hij voor stro hield ...

... een kluwen elastiekjes is, bevestigd op twee laarsvormige stukken plaaster. Een waarheid stekeliger dan de cactussen in de tuin die hem afschrikte. Anders dan Heideggers boerin, is hij niet langer zeker van zijn wereld.
N.a.v. Michel François, Bottes élastiques (1991) in de tentoonstelling Plans d'evasion, S.M.A.K., Gent (tot 10-01-2010)