
In aantal zou het een schoolklas kunnen zijn, maar de kinderen verschillen te erg in leeftijd. Ze zijn met veertien. Een vijftiende is een paar dagen na de geboorte gestorven. Vijf jongens, negen meisjes, en als om dat overwicht te compenseren, houdt de moeder zich gedeisd: ook voor de fotograaf maakt ze geen uitzondering. Ze kijkt niet in de lens, maar naar haar benjamin met de blonde krullen, die op vaders schoot mag zitten. De vader kijkt streng; hij vertegenwoordigt ook hier het gezag, een man van een andere wereld. De stijve kraag zit hem als gegoten.
Hij draagt het donkerste pak. De ernst vraagt zwart. Ook zijn oudste zoon, die boven iedereen uittorent, is vrij donker gekleed. Hij zal zijn hele leven de ernst van zijn vader met de zachtheid van zijn moeder verenigen. De zoon links heeft een iets lichter pak aan. Hij lijkt wat gehaast, alsof hij maar even tijd heeft om te poseren. Later wordt hij dorpspastoor en jaagt in zijn vrije tijd op vogels. 'De dieren zijn er voor het nut en het plezier van de mensen', zo wuift hij bezwaren weg. De derde zoon houdt wat afstand en kijkt uitdagend in de lens. Over zijn weerbarstige volle haar zal hij later (hij is vroeg kaal geworden) vertellen dat hij er kammen op stuk brak.
De oudste dochters kijken ouwelijk, zelfs al dragen ze lichte kleren. Misschien zijn ze al vroeg co-moeders voor de jongere kinderen geworden. Een ervan, uiterst schrander, wordt kloosterzuster in Melle en sterft (zoals een andere zus) vroeg. In haar schooltijd correspondeert ze in het Grieks met haar jongere broer. De jongere dochters zijn, net als de jongste zonen, in het wit gekleed, tot hun kousen toe. Zij glimlachen nog of tonen een aanzet daartoe. Ze zullen op hun beurt moeders van vaak grote gezinnen worden, al heeft geen enkele nog veertien kinderen. Eén vertrekt in de oorlog als missiezuster naar India. Ze stuurt vanuit Srivilipputtur flinterdunne, volgetikte luchtpostbrieven naar haar familie en komt aanvankelijk bijna nooit, later om de vijf jaar op bezoek in België. Eén dochter blijft ongetrouwd. Eén zoon wordt jezuïet.
De foto moet begin jaren twintig zijn gemaakt, in hun tuin in Zele.