woensdag 10 december 2008

donderdag 4 december 2008

Babel in Brussel

Voor het vertaalproject 'babel' van Vers Brussel was het een bijzondere dag. Bijna twintig EU-vertalers waren vanmiddag in het Europese parlement aanwezig om de versie van Ulf Stolterfohts gedicht in hun moedertaal voor te lezen. Voor de buitenstaanders een gelegenheid om de 'vesting Europa' te leren kennen. Want daar heeft het wat van. Eerst het gebouw proberen te vinden. 'Europees parlement = Europese wijk = Schumanwijk, dus met de metro tot Schuman' bleek een verkeerde veronderstelling. Voorbijgangers op straat de weg vragen, is ook niet zo'n goed idee. Iemand wou me naar het station Luxemburg sturen en zei dat het 'very far' was. Omdat ik dat niet kon geloven, op goed geluk zelf wat straten overgestoken tot ik de weg helemaal kwijt was. In een winterse bui nog maar iemand aangesproken (in die buurt doe je dat voorzichtigheidshalve in het Engels) die als bij wonder ook naar het parlement moest ... en een Duitse bleek. In het Altiero Spinelligebouw zijn de veiligheidsmaatregelen vergelijkbaar met die op de luchthaven, metaaldetector inbegrepen. Dat parlement heeft overigens iets van een glazen huis, al moest ik eerder aan een serre denken. In de wandelstraten binnen vind je zowat alles, tot en met een KBC-bankfiliaal. Je hoeft zelfs niet meer naar buiten als je bomen of de lucht wil zien.

In de indrukwekkende ronde vergaderzaal A5G3 moesten de tolken en vertalers nu 's niet achter glas in de cabines plaatsnemen, maar op de voorste rij. Een voor een lazen ze hun vertaling van 'babel', alfabetisch volgens taal, van Bulgaars tot Zweeds. Intussen waren er op groot scherm in loop trage beelden te zien die Honoré d'O eerder in het gebouw had gemaakt. Een imposante stenen kop (bij navraag Paul Henri Spaak), dichtslaande klapstoeltjes, onbemande rijen in het parlement, een klok die 360° draaide en dus steeds een andere tijd aangaf. De kunstenaar vertelde achteraf dat hij dit videobeeld bijna niet had kunnen maken, omdat niets van de EU-bewakers langer dan twee minuten mocht worden gefilmd. Dat de voertaal bij vorige workshops en sessies overwegend Engels (soms een beetje Frans of Duits) was geweest, leek nu vergeten. Net als in het gedicht, hadden de 'drieëntwintig tongen' het voor het zeggen.

Spraakverwarring is het niet het juiste woord, maar een uitzonderlijke ervaring was het wel – en een ultieme weerlegging van de 'eenheidsworst' waar Europa vaak mee wordt geassocieerd. Volgende week komen de teksten op de website van Vers Brussel. Nu was het luisteren, gissen, vluchtig herkennen en toegeven dat veel je ontgaat. Die 23 talen zijn grondig uit elkaar gedreven. Hoe zou iedere aanwezige de voor haar of hem echt 'vreemde' talen hebben aangevoeld? Wat zou ieder erin hebben geprojecteerd? Zou het Hongaars ook voor anderen zo muzikaal hebben geklonken, als kamermuziek in sourdine? Het Lets zo magisch-sprookjesachtig? En het Pools zo dramatisch, alsof er een hele scène (in niet-theatrale zin!) werd gemaakt? En hoe zou Nederlands overkomen in Italiaanse, Maltese, Sloveense of Zweedse oren? Eén zinnetje klonk vandaag met bijna twintig accenten: "Verstaat u mij? Ja, als u niet te vlug spreekt". De dichter citeert het in 'babel' in het Nederlands (een vondst uit zijn Langenscheidt taalgidsje). 'Ergens voorbij de woorden gebeurt het' – zegt Huub Oosterhuis in zijn essay 'De tweede taal' – 'dat mensen elkaar verstaan.' Door ons met twintig te buigen over dat ene gedicht 'babel' hadden we even geen tolk meer nodig. Of zoals Ulf Stolterfoht schrijft: "babel is lieflijk, een oord voor de wildste syllaben, soort permanent pinksteren" (wordt vervolgd).

zaterdag 29 november 2008

Gedachtegewemel

Als tegengif voor het gekift en gebazel op internetfora waar mensen aan het woord zouden moeten komen die lezen, die poëzie schrijven, die over literatuur nadenken – doén ze dat werkelijk? er valt weinig van te merken en aan hun taal al helemaal niet! – enkele gedachten van Jean Paul (1763-1825).

Ik weet weliswaar niet meer alles wat ik geschreven heb, maar ik weet meer dan ik heb geschreven.

Poëzie is het uitzicht vanuit de ziekenkamer van het leven.

Haat tegen een wit potlood.

– ook urine maakt een regenboog.

Na een boze droom zie je welk materiaal voor een hel er in een hersenpan wordt bewaard.

Iedere ochtend ben je 18, ’s avonds 81.

– alleen al door het hout te splijten krijg je het warm.

Zijn eerste verjaardag viert men al huilend.

Hij denkt dat hij denkt.

“God nog aan toe, de hele wereld praat en er komt niemand aan het woord.”

Liefde. Ik kan immers van niemand houden omdat hij van me houdt, want ik hou niet van mezelf omdat ik van me houd – het moet anders zijn.

Wie niet meer dan een mens wil zijn, wordt minder dan een mens.

Iedereen kan dommer worden, je mag nog zo dom zijn.

De koekoek wordt onbetekenend voor ons door de koekoeksklok.

Een hond die naar de echo blaft; zo is de mens meestal.

Priesters brengen ons brieven van de hemel; maar ze zijn ongefrankeerd.

Twee grote dokters, zomer en winter – twee grote gifmengers, herfst en lente.

Stuitende aanblik van lantaarns en luchters overdag.

Eén enkele kus vergeet je nooit, maar 1000 gemakkelijk.

De aarde is een coulisse in het theater van het universum.

Literatuur: de tweede kant van de maan.

Vlinder op de Mont Blanc, zijn opvattingen, zijn leven, zijn sterfdroom.

Uit: Jean Paul, Ideen-Gewimmel. Texte und Aufzeichnungen aus dem unveröffentlichten Nachlaß. Hrsg. v. Kurt Wölfel und Thomas Wirtz. Eichborn Verlag, Frankfurt a.M. 1996 (eigen vertaling)

zaterdag 8 november 2008

Herfstlente

Er zijn herfstdagen die geuren naar verrotting, vochtig de kilte in je lijf verspreiden, alleen tristesse uitademen.

Er zijn er ook waarop de zon de gevallen bladeren kruidig geuren doet, geel en rood opvlammen tussen het bruin en hier en daar zelfs groen oplicht.

‘Panta en panti’, dacht Anaxagoras, alles is in alles.

dinsdag 28 oktober 2008

zondag 19 oktober 2008

Babel



Steeds meer steden nemen een stadsdichter in dienst. Brussel pakt het anders aan. Vers Brussel/Vers Bruxelles (met thuishaven in Het Beschrijf, onder de kundige leiding van Brigitte Neervoort en Bruno Aertssen) nodigt sinds 2005 op geregelde tijdstippen een dichter van ergens op de aardbol uit om een bepaalde wijk in de stad te verkennen en er vervolgens een gedicht (of een reeks gedichten) over te schrijven. Een Belgisch beeldend kunstenaar maakt dan met de tekst een tijdelijk kunstwerk, dat in de wijk wordt geïntegreerd.

In juni verkende de Duitse dichter Ulf Stolterfoht samen met Honoré d'O de Europese wijk. Dat mondde uit in het gedicht 'babel', dat ik in het Nederlands en Françoise Wuilmart in het Frans mocht vertalen. De drie versies staan intussen (in pdf) op de website van Vers Brussel. Het is – hoe kan het anders met zo'n thema – een veelstemmig en gelaagd gedicht, dat ook zichzelf (en de taal, of beter de talen) tot onderwerp heeft, couleur locale van de Schumanwijk verwerkt en het harmoniserende streven van de Europese Unie confronteert met de spanning die het samenleven van verschillende culturen onvermijdelijk meebrengt.

Op verzoek van Honoré d'O (die een en ander met 'babel' van plan is dat voorlopig geheim blijft) zal het gedicht ook in de twintig andere EU-talen worden vertaald. Daarvoor werden EU-vertalers gezocht, die zich ter afwisseling van hun juridische en economische teksten ook 's aan een literaire vertaling willen wagen. Vandaag kwamen ze voor het eerst samen voor een 'Creative Poetry Translation Workshop', sommigen extra vanuit Luxemburg aangereisd. De dichter was vanuit Berlijn aangevlogen. Tussen de veeltalige boeken van de Passa Porta boekhandel klonk Engels met diverse accenten: Pools, Spaans, Roemeens, Maltees, Portugees, Sloveens, Fins, Bulgaars, Italiaans, Hongaars, Zweeds, Iers, Lets, Engels (!), Grieks, Ests, Duits, Frans en Nederlands. En ondanks de aanvankelijke indruk van het gedicht – een van de deelneemsters zei in het begin zonder omhaal "I didn't understand anything" – klaarden de wolken boven 'babel' snel op.

Ulf Stolterfoht geldt als een erg talig, vroeger zou men gezegd hebben 'experimenteel' dichter. Voor hem was het relatief nieuw in opdracht iets te schrijven over de wereld, en niet uitsluitend vanuit de taal. Dat hij zichzelf niet verloochend heeft, kan iedereen vaststellen die het gedicht 'babel' leest. Derrida mag dan al beweerd hebben dat "il n'y a pas de hors-texte" (en in zover we de wereld haast steeds door een talige bril waarnemen, heeft hij gelijk), het was boeiend te vernemen welke concrete realiteit er schuilgaat achter fragmenten als "man verfütterte nomen ("möwen") an löwen": bij de sluiting van de Leopold-zoo voerde men de kleine dieren aan de grote. Of achter "jetzt richtet hier eastman die zahnung für lau": de industrieel Eastman (inderdaad, die van Kodak) nam het sociale initiatief een tandheelkundig instituut op te richten waar arme mensen gratis hun gebit kunnen laten herstellen.

Maar we hadden het over veel meer. Over het belang van het ritme en de binnenrijmen in 'babel' (die zorgen voor een innerlijke coherentie). Over de twee Nederlandstalige zinnetjes in het origineel en of je die bv. in het Bulgaars kunt laten staan (de Spanjaard en de Pool waren hevig voorstander, omdat ze verwijzen naar de Belgische context én naar 'flandern' in de eerste regel, wat ze ook associeerden met Brueghels Toren van Babel). Over het primeren van klank op betekenis, al is het ideaal dat je de laatste in de eerste probeert te redden. Over het apocalyptische slot met de 'olm' (nee, niet de boom) en de 'lurch', enzovoort. Benieuwd wat dat in die Europese talen allemaal wordt. (Pour Françoise et moi, rien ne va plus.) Aan de vragen, opmerkingen en suggesties te horen brandden de deelnemers van verlangen om eraan te beginnen. Dat de workshop anderhalf uur langer duurde dan voorzien, bleek weinigen te deren. Er zijn afspraken gemaakt om verder ideeën uit te wisselen via workshops en een blog. Een Tsjechische, Deense, Litouwse en Slovaakse vertaler worden nog gezocht. In het Europa van akkoorden, normen en regelingen ontstaan de volgende weken twintig nieuwe versies van 'babel'. Poëzie in het parlement, anders. 'Schlechte Zeit für Lyrik'? Bertolt Brecht had hier 's moeten komen luisteren. (Wordt vervolgd.)

zondag 12 oktober 2008

Monet in Tervuren










Of: hoe een drooggelegde vijveroever in de herfstzon de penseelstreken van Giverny imiteert. (Toegegeven: het toeval speelde een rol, in de vorm van een licht bewogen camera.)

vrijdag 10 oktober 2008

donderdag 18 september 2008

Minoes

Op deze zonnige donderdagochtend hebben we Minoes naar de dierenarts gebracht. Zo verzwakt was ze dat ze voor het eerst geen weerstand bood toen we haar in de plastic draagmand zetten. Toen de auto over een drempel reed, viel ze op de achterbank om in haar mand en ging liggen. De dierenarts was verbaasd hoe snel de ziekte uitbreiding had genomen. Het sinds kort getroffen linkeroog was er erger aan toe dan het kwaadaardig aangetaste rechter dat enkele weken geleden was geconstateerd. 'Ik kan haar maar voor twee dagen oplappen', was het nuchtere verdict. Of we al nagedacht hadden? Dat hadden we. Anders dan een hond uit een kat nauwelijks pijn – die moet ze verbeten hebben terwijl ze zich wegstopte achter de bank, niet meer buiten wilde, nauwelijks nog at. Maar volgens de dierenarts voelde ze wel degelijk pijn. Opereren was zinloos.

Of we erbij wilden blijven? T. ging in de wachtkamer zitten. Ik bleef haar nog even vasthouden. Het middel heette T 61. Enkele seconden na het toedienen een kreet als van een lynx, een hevige maar korte opflakkering van levensdrift. Vergeefs. Rust komt over haar. Ze ligt op haar zij, het lijkt alsof ze slaapt. Een slaap waaruit ze niet meer zal ontwaken.

De anders zo levenslustige dierenarts praat nu stil. Dit staat lijnrecht tegenover haar normale taak. Zestien jaar heeft Minoes bij ons gewoond, een levend wezen tussen andere levende wezens, in vele opzichten ánders. Maar naarmate je haar meer observeerde een steeds herkenbaarder medeschepsel, bondgenoot van al wat leeft op aarde.

Een gevangen muis aan de deur leggen als bijdrage in de huishoudkosten, verbaasd dat we haar trofee meteen begroeven. 's Ochtends op de overloop wachten tot iedereen beneden is. Met ouder te worden, steeds vaker gestreeld willen worden – toen ze ziek was zelfs tevredener zijn met een flinke knuffelbeurt dan met eten. Een paar keer een opflakkering: de tweelettergrepige kattenvariant van het woord 'honger' zeggen op vaste tijdstippen, om geen maaltijd over te slaan. Zich terugtrekken als er iets te veel stemverheffing in huis was, uit plaatsvervangende schaamte. Tijdens het tv-kijken mee komen liggen 'kijken', al bleven de stompzinnige beelden die mensen voor elkaar produceren, haar gelukkig bespaard.

Toen het voorbij was, draaide de wereld gewoon door. 'Net Bruegels Val van Icarus', zei T. toen we weer in het dorp kwamen. Er schoten flarden poëzie door mijn hoofd. Elsschot: 'De aarde is niet uit haar baan getreden / toen uw hartje stil bleef staan ...' . Wat zou het ook? Er is veel ergers. Dagelijks sterven duizenden kinderen, veel te jonge en oude mensen. Maar het broze geheim van vriendschap, aanhankelijkheid, leven en dood delen 'all creatures great and small'. Nergens is het mooier uitgedrukt dan in de ontwapenende elegie die Jan Hanlo schreef over zijn

Hond met bijnaam Knak

God, zegen Knak
Hij is nu dood
Zijn tong, verhemelte,
was rood
Toen was het wit
Toen was hij dood
God, zegen Knak

Hij was een hond
Zijn naam was Knak
Maar in zijn hondenlichaam stak
Een beste ziel
Een verre tak
Een oud verbond
God, zegen Knak

Minoes was van 1992 tot 2008 vreugde en rustpunt bij ons thuis. Het levende bewijs dat een eigenzinnig, stil leven – dat niets hoeft te bewijzen en niets hoeft te presteren – misschien wel de hemel op aarde is.

zaterdag 6 september 2008

Opwelling

Is het de aanhoudende regen, het waterige gevoel in m'n neus na één week lesgeven, het wel willen maar niet meer durven te gaan zwemmen, hoe heerlijk dat vroeger ook was? Of gewoon een isotopie die deze blog binnensijpelt? Water zijn element? Letterlijk ongrijpbaar, slechts te 'vatten' als je erin duikt, het over je heen laat vloeien.

Ook voor veel hedendaagse poëzie geldt dat. Ik denk bijvoorbeeld aan de debuutbundel Fremdwörterbuchsonette van Ann Cotten (*1982 Iowa - Wenen - Berlijn), vorig jaar verschenen bij Suhrkamp. Een fascinerend meervoudige, spiegelende sonnettenkrans, door de dichteres met kleine pentekeningen verlucht. Gedichten die je zou willen kunnen vertalen, als ze zich in hun eigengereide taligheid daar niet zo hevig tegen zouden verzetten. Een vroegere versie van het gedicht 'Zwei im Fallen', dat Ann Cotten hier voorleest, staat onder de titel 'Zweimal Regung' online. Zo klinkt (of botst) de nieuwe versie in het Nederlands:

Twee die vallen

Analoog knalt ze in het oog
parallel? veeleer in een late fase
mogelijkerwijze, even. Want zo lang speelt isanabase
als klimmend klopt, wat niet haar oog bedroog.

Knalt dus in het met chloor vermengde nat
isanabase onzichtbaar: het zijn twee meisjes
hun hart aan draden, ledematen aan vijsjes
zo lijkt het. Maar geopperd werd dat,

als of zoals, de twee meisjes hun borsten
niet op gelijke hoogte zijn. Alsof ze 't wist
keert de een zich licht in het water naar

de ander toe, die aan de linkerkant
zich krommer welft, verlangt zo langs de rand
hetzelfde schuim van de andere zwemster daar.

En hoe ze glimlachen, als waren ze compleet gelijk!
En ieder kan hen licht toch zien verschillen!
Van hun voeten stijgt water op,

van hun hoofden, zoals het water wijkt
voor de hoofden, in filigraan als glasjuwelen,
volgen de golven regelmatig hun verloop.

Gaan de meisjes dan en houden op
en kijken asymmetrisch elkaar in de spiegel aan,
vangt langzaam hier een haar, daar een rimpel aan
en stijgt rillend uit hun huid omhoog,

een schouderophalen vertoont zich als het kippenvel
op hun lichaamsdelen. Niet één verheft de blik.
In andere bedden liggen ze dezelfde knik.
Hun lichaam doet alsof het slaapt, omdat het
[voor de ochtend huivert.