
Is het de aanhoudende regen, het waterige gevoel in m'n neus na één week lesgeven, het wel willen maar niet meer durven te gaan zwemmen, hoe heerlijk dat vroeger ook was? Of gewoon een isotopie die deze blog binnensijpelt? Water zijn element? Letterlijk ongrijpbaar, slechts te 'vatten' als je erin duikt, het over je heen laat vloeien.
Ook voor veel hedendaagse poëzie geldt dat. Ik denk bijvoorbeeld aan de debuutbundel
Fremdwörterbuchsonette van Ann Cotten (*1982 Iowa - Wenen - Berlijn), vorig jaar verschenen bij Suhrkamp. Een fascinerend meervoudige, spiegelende sonnettenkrans, door de dichteres met kleine pentekeningen verlucht. Gedichten die je zou willen kunnen vertalen, als ze zich in hun eigengereide taligheid daar niet zo hevig tegen zouden verzetten. Een vroegere versie van het gedicht 'Zwei im Fallen', dat Ann Cotten
hier voorleest, staat onder de titel
'Zweimal Regung' online. Zo klinkt (of botst) de nieuwe versie in het Nederlands:
Twee die vallen
Analoog knalt ze in het oog
parallel? veeleer in een late fase
mogelijkerwijze, even. Want zo lang speelt isanabase
als klimmend klopt, wat niet haar oog bedroog.
Knalt dus in het met chloor vermengde nat
isanabase onzichtbaar: het zijn twee meisjes
hun hart aan draden, ledematen aan vijsjes
zo lijkt het. Maar geopperd werd dat,
als of zoals, de twee meisjes hun borsten
niet op gelijke hoogte zijn. Alsof ze 't wist
keert de een zich licht in het water naar
de ander toe, die aan de linkerkant
zich krommer welft, verlangt zo langs de rand
hetzelfde schuim van de andere zwemster daar.
En hoe ze glimlachen, als waren ze compleet gelijk!
En ieder kan hen licht toch zien verschillen!
Van hun voeten stijgt water op,
van hun hoofden, zoals het water wijkt
voor de hoofden, in filigraan als glasjuwelen,
volgen de golven regelmatig hun verloop.
Gaan de meisjes dan en houden op
en kijken asymmetrisch elkaar in de spiegel aan,
vangt langzaam hier een haar, daar een rimpel aan
en stijgt rillend uit hun huid omhoog,
een schouderophalen vertoont zich als het kippenvel
op hun lichaamsdelen. Niet één verheft de blik.
In andere bedden liggen ze dezelfde knik.
Hun lichaam doet alsof het slaapt, omdat het
[voor de ochtend huivert.