Als een uiterst levendige spitsmuis, zo herinner ik me haar. Ze was nieuwsgierig, open, overgevoelig, geestig en intelligent. Gisteren is de Weense schrijfster Elfriede Gerstl na een langdurige ziekte op 76-jarige leeftijd gestorven. Lang voor recyclage mode werd, verzamelde ze oude jurken en hoeden. Ze droeg ze ook. Dat deed ze niet om op te vallen. Het paste bij haar. Ik geloof dat ze er iets van het verleden mee wilde redden, iets van onherroepelijk verdwenen levens wou terughalen. Als kind was ze tijdens de oorlog ondergedoken voor de nazi's, had ze zich stil moeten houden. Anders dan Anne Frank en zovelen had ze het overleefd. Het jonge meisje dat ze toen niet had mogen zijn, is ze heel haar leven gebleven.Ze schreef de laatste jaren aforistische teksten voor 'Einsichtskarten', briefkaarten die prikjes gaven en denkprikkels. Scherp geformuleerd, geen woord te veel. Ze publiceerde een experimentele roman (Spielräume), prozaschetsen, gedichten in parlandostijl, heldere essays en een verrukkelijk kinderboek waar ze toen ik haar in Wenen ontmoette heel trots op was: die fliegende frieda. Ze was feministe en sociaal bewogen, maar etiketten kon je niet op haar kleven.
In 2000 mocht ik voor een Oostenrijk-nummer van Deus ex Machina een aantal gedichten van haar vertalen, gekozen uit een bundel die een haar typerende, pretentieloze titel draagt: alle tage gedichte. Een ervan volgt hieronder. De insprongen gaan bij Blogger helaas verloren.
wat me bij 'kader' te binnen schiet
1.
hier in dit kader pas ik niet
ik voel me meer als een gedicht
dat spreekt tot zichzelf
2.
ben ik niet buigzaam en flexibel
de één looft
de ander vindt penibel
dat ze me uit te doven lijken
de vele rollen die me ijken
en ontwijken
ik strooi – straal en
bundel me naar hartenlust
zo denk ik er nu over
't was me net nog
niet bewust














