vrijdag 10 april 2009

Elfriede Gerstl

Als een uiterst levendige spitsmuis, zo herinner ik me haar. Ze was nieuwsgierig, open, overgevoelig, geestig en intelligent. Gisteren is de Weense schrijfster Elfriede Gerstl na een langdurige ziekte op 76-jarige leeftijd gestorven. Lang voor recyclage mode werd, verzamelde ze oude jurken en hoeden. Ze droeg ze ook. Dat deed ze niet om op te vallen. Het paste bij haar. Ik geloof dat ze er iets van het verleden mee wilde redden, iets van onherroepelijk verdwenen levens wou terughalen. Als kind was ze tijdens de oorlog ondergedoken voor de nazi's, had ze zich stil moeten houden. Anders dan Anne Frank en zovelen had ze het overleefd. Het jonge meisje dat ze toen niet had mogen zijn, is ze heel haar leven gebleven.

Ze schreef de laatste jaren aforistische teksten voor 'Einsichtskarten', briefkaarten die prikjes gaven en denkprikkels. Scherp geformuleerd, geen woord te veel. Ze publiceerde een experimentele roman (Spielräume), prozaschetsen, gedichten in parlandostijl, heldere essays en een verrukkelijk kinderboek waar ze toen ik haar in Wenen ontmoette heel trots op was: die fliegende frieda. Ze was feministe en sociaal bewogen, maar etiketten kon je niet op haar kleven.

In 2000 mocht ik voor een Oostenrijk-nummer van Deus ex Machina een aantal gedichten van haar vertalen, gekozen uit een bundel die een haar typerende, pretentieloze titel draagt: alle tage gedichte. Een ervan volgt hieronder. De insprongen gaan bij Blogger helaas verloren.

wat me bij 'kader' te binnen schiet

1.

hier in dit kader pas ik niet
ik voel me meer als een gedicht
dat spreekt tot zichzelf

2.

ben ik niet buigzaam en flexibel
de één looft

de ander vindt penibel
dat ze me uit te doven lijken
de vele rollen die me ijken
en ontwijken

ik strooi – straal en
bundel me naar hartenlust
zo denk ik er nu over
't was me net nog
niet bewust

donderdag 9 april 2009

Verkeer(d)

(Voor het stoplicht, Boomsesteenweg, richting Brussel, donderdag 9 april 2009, 10.45 uur)
(beiden) Hahaha.
– Waarom moeten we nu lachen?
– Omdat er zoveel bij elkaar staan, terwijl je ze normaal solitair of in duo's ziet.
– Het lijkt wel een schooluitstapje: (te) veel bij elkaar.
– Ik moet eerder aan dierentransport denken: nu eens geen varkens of koeien. Maar zie ze daar staan.
– Of aan zangers op een versierd podium. Daar heeft die laadbak wel wat van.
– Het leuke is dat ze daarnet réden, terwijl ze natuurlijk moeten stáán.
– En dat ze, als ze met meer zijn, op meters afstand van elkaar moeten staan.
– Kijk 's naar het opschrift eronder.
– 9/4? Dat is vandaag. Van 7 tot 17 uur ...
– Ze moesten dus al een paar uur ergens verbodsteken staan te zijn.
– Leuk voor de bestuurders die nu kunnen staan waar die borden het hun eigenlijk hadden moeten verbieden.
– We lachen dus eigenlijk uit leedvermaak?
– Juist niet, omdat die borden vanmorgen geen parkeerleed kunnen veroorzaken.
– En omdat de overheid weer voor schut staat.
– Geef toe, het kon iets minder opvallend.
– Een mis-plaatste grap.
Haha (!).
– Toen de wagen reed, was het toch iets minder grappig.
– Hoe komt dat?
– Je weet toch wat dat bord betekent?
– Verboden te parkeren?!
– Maar ook: stilstaan verboden.
– En dat doet hij nu ...
– Alsof het verbod vele keren zichzelf overtreedt.
– Verdraaid, wat zijn we weer ernstig.

woensdag 8 april 2009

Blikken

Herinnering aan de colleges filosofie in de kandidatuur. De blik van de ander, zegt Sartre, maakt mij tot object. In Rainer Werner Fassbinders film Angst essen Seele auf (1974) worden heel veel blikken in beeld gebracht. En wel zó dat je naar het kijken gaat kijken. Wat voor kijken? Onze taal heeft er soms plastische uitdrukkingen voor: 'scheef bekijken', 'een vijandige blik toewerpen', 'niet kunnen rieken of zien', 'neerblik[!]semen'. Een oudere vrouw komt een café binnen dat vooral gefrequenteerd wordt door buitenlanders. Om te schuilen voor de regen. Natuurlijk wordt ze bekeken. ("Wakomdegijierdoen?") De man in het bruine pak kijkt opener. Hij zal haar, daartoe aangezet door een van de diensters, ten dans uitnodigen. Dan kan het verhaal beginnen. Zij heet Emmi, hij Ali. Dat wil zeggen: zo noemen de anderen hem. Tussen hen beiden ontstaat wat men noemt ‘iets moois’. Maar het motto van de film liegt er niet om: “Das Glück ist nicht immer lustig.”

maandag 6 april 2009

maandag 30 maart 2009

Betrapt

In vroegere eeuwen werden romans en verhalen naar hartenlust geïllustreerd. Nu aanvaarden we dat niet meer. We beschouwen het als een aanslag op onze eigen verbeeldingskracht. Bij uitzondering kom je in wat de werkelijkheid heet iets tegen wat de perfecte illustratie lijkt van wat je ooit – in dit geval dertig jaar geleden – hebt gelezen.

Gisteren viel mijn oog tijdens een wandeling op een veiligheidsvoorziening naast het hek van een privédomein. De associatie was er meteen. "Langzaam verander ik in een groot oog dat kijkt." (Harry Mulisch, Voer voor psychologen, 1961)

vrijdag 20 maart 2009

zaterdag 14 maart 2009

maandag 9 maart 2009

Gezwam





"Als je die man bezig ziet, die is bezig met zijn ding, hé."

('kippenkunstenaar' Koen Vanmechelen over Joseph Beuys in Lux, Canvas,
8 maart 2009)

zaterdag 28 februari 2009

Secularisering

Waar men gaat langs Vlaamse wegen, komt men u, Maria, tegen. Blijkbaar ook in het katholieke Noord-Brabant (Eindhoven), waar deze bakstenen gevelnis in de jaren '30 voor een Mariabeeld is uitgespaard. De tijden veranderen, de Mariabeelden zijn grotendeels verdwenen. Maar een lege nis is maar niks. Dan liever een miss in de nis. Haar haar golft nog mariaal. Ze vouwt de handen als voor een profaan gebed. En ze heeft – hoe kan het anders in de Lichtstad – een stralenkrans van gloeilampen, rode weliswaar, die toch meer aan de kermis herinneren. Het opvallendste verschil: haar mariablauwe mantel ontbreekt. Deze miss is een gelede pop. Met wel érg lange benen. Zo weerspiegelt ze, ironisch, op haar beurt een ideaal. Heilige Twiggy, bid voor ons.

zaterdag 7 februari 2009