dinsdag 26 januari 2010

Soort permanent Pinksteren




Elk jaar sterven 26 000 soorten planten en dieren uit. Elk jaar sterven ook tien talen uit. En de Europese instellingen maken zich zorgen – niet zozeer over het feit dat zoveel officiële woordvoerders Engels spreken als wel dat bijna al die Europese woordvoerders 'native speakers' zijn en dus hun taalgebruik onwillekeurig kleuren met allerlei eigen culturele zinspelingen en bijgedachten. Zijn eenmaking en globalisering denkbaar zonder dat één medespeler het laken naar zich toetrekt en met behoud van de oorspronkelijke verschillen? Is eenheid in verscheidenheid een utopie? Een feit is dat Europa of liever de EU wel 's vaker met 'eenheidsworst' wordt geassocieerd. En wie is daar blij om?

Als een groot, fel oog (of is het een zon?) kijkt de brochure met de dvd die Honoré d'O in het kader van Vers Brussel maakte na zijn zwerftocht samen met de Berlijnse dichter Ulf Stolterfoht in de Brusselse Europawijk. De dichter schreef er het gedicht 'babel'. Honoré d'O liet het in de 22 andere talen van de Unie vertalen. Vervolgens lazen de vertalers hun versie voor in het Europees Parlement, waar op een middag in december 2008 cesky, Lietuviu, Ellenika, Nederlands, eesti, English, dansk, Balgarski, deutsch, suomi, Gaeilge, français, italiano, latviesu valoda, português, Româna, slovencina, slovenscina, Malti, espanol, polski, magyar en svenska weerklonken. (Mijn azerty-toetsenbord negeert de diakritische tekens en letters voor de eigen spelling van sommige talen, met excuses.) Terwijl de kunstenaar die lezingen opnam, werden er beelden van de Europawijk en het Parlement geprojecteerd.

Voor het kunstwerk dat de blijvende neerslag van dit project vormt – de pas verschenen brochure met dvd Babel. een poëtische film over de Europawijk – heeft Honoré d'O nieuwe beelden gemaakt, geïnspireerd door de verdwenen dierentuin die er ooit in het Leopoldpark van de wijk is geweest. Fascinerende opnamen, meestal in slow motion, van evenveel dieren in gevangenschap als de dvd talen laat horen: elkaar besnuffelende yaks (bijna abstracte haarkluwens), een hert achter een rots, dat vooral uit gewei lijkt te bestaan, sierlijk zwemmende otters, rozerode flamingo's, een spiedende witte uil, pinguïns die verrast worden door de regen, twee schildpadden die na al die trage bewegingen haast hyperkinetisch lijken, een in weelderig groen gebladerte verborgen beige roofdier, een knalgele kikker die onbeweeglijk lijkt (een still?) tot hij plots verspringt, een lethargisch uitgestrekt liggende panter, een massa vissen zwemmend in een aquarium ... Biodiversiteit ten top, en ik geloof niet dat iemand alle dieren (waarvan de tekstbrochure alleen de wetenschappelijke benaming in het Latijn vermeldt) meteen precies kan identificeren.

Dat kan je op het gehoor nog minder met de gesproken talen: wie onderscheidt zomaar het Slovaaks van het Sloveens, het Ests van het Lets? Maar de klank van al die verschillende taalmelodieën, ritmes, hortende fonemen en zacht vloeiende lettergrepen is al even fascinerend als de vormenrijkdom, de kleurenpracht en de variatie in beweging van de getoonde dieren. En dan te beseffen dat je in feite 23 keer dezelfde tekst hoort, of liever – zoals Umberto Eco literaire vertalingen karakteriseert – 23 teksten die 'quasi hetzelfde met andere woorden' zeggen.

Opmerkelijk: eentonig wordt deze dvd geen moment. Honoré d'O (iets anders kon je van hem niet verwachten) heeft de beelden net genoeg van elkaar doen verschillen, in kadrering, qua kleurstelling, in de wijze ook waarop ze worden uitgefaded, en tussen elke versie (dier/taal) seconden zwart begeleid door een (min of meer) herkenbaar vertrouwd geluid en een flits van een intrigerend (vertrouwd of net erg vervreemd) voorwerp. Een uitdaging voor de scherpzinnigheid van de kijker, een afwisseling met de traagheid van het opnieuw, als voor het eerst, kijken naar de dieren in de zoo en het geïntrigeerd luisteren naar de lezingen in de 23 talen. Wie wil, kan het oog laten dwalen naar de teksten die allemaal in de typografisch fraai vormgegeven brochure zijn opgenomen.

'Kom, laat ons afdalen [sprak Jahweh], en daar beneden hun spraak in verwarring brengen, zodat ze elkanders taal niet meer verstaan.' (Gen. 11:7) In zijn woord vooraf bij Babel schrijft Honoré d'O: 'The European heart of babel remains the independent (engaging) position of each language. It is a positive beating heart of right-minded voices. An inner benefit, a tingling, perhaps: not the sound of the language but the timbre and the individuality of 23 voices are bearing the weighty matter of Europe.' In Ulf Stolterfohts gedicht staat: 'babel is lieflijk, een oord voor de wildste syllaben, soort permanent pinksteren'.

Honoré d'O / Ulf Stolterfoht, Babel. A poetic movie about the European quarter / Een poëtische film over de Europawijk / Un film poétique sur le quartier européen, Vers Brussel / Het Beschrijf, 2010 wordt op Gedichtendag (28 januari, 18 uur) voorgesteld in Passa Porta. De uitgave is daar en in de Europese culturele instellingen in Brussel verkrijgbaar.

zaterdag 16 januari 2010

donderdag 7 januari 2010

Kastje, muur












Ik zou ze niet te eten willen geven, de tijdgenoten die met hun mobieltje dwepen, beweren niet meer zonder te kunnen, het object koesteren, personaliseren en thuis in een doorzichtig opblaasbaar zeteltje laten uitrusten. Bereikbaarheid, vrijheid, permanente verbondenheid: een stap dichter bij de vroeger aan God toegeschreven alomtegenwoordigheid?

Elke uitvinding heeft zijn schaduwzijde. Onder het mom van efficiëntie wordt wie vandaag een firma of instelling opbelt, eerst letterlijk aan het lijntje gehouden. Vroeger kreeg je minutenlang veel te luid Vivaldi's Vier jaargetijden te horen (of iets van lager allooi), nu en dan onderbroken door de nuchtere mededeling 'Er zijn x wachtenden voor u'. Wie de secundaire deugd 'geduld' in zijn opvoedingspakket had meegekregen, voelde een innerlijke tweestrijd tussen de wil om niet op te geven en de irritatie over wat dit 'gesprek' wel zou gaan kosten.

Tegenwoordig pakt men het interactief aan. De beller krijgt een reeks vragen voorgeschoteld en mag met de druktoets zijn keuze bepalen. Spreekt u Nederlands, Frans of Engels? Wilt u de klantendienst? Wenst u informatie? Onze hersteldienst? Hebt u een commerciële of een technische vraag? Softwarematig of hardwarematig? Welk type toestel hebt u? Je zou denken: heel wat werk verzet vóór je echt iemand aan de lijn krijgt. Als het zover is, klinkt onverstaanbaar, vaak ademloos, een naam. De beller heeft zich nauwelijks voorgesteld of hij wordt naar een nummer gevraagd dat hij vervolgens in het computersysteem hoort intikken. De stem aan de andere kant van de lijn heeft duidelijk weinig geduld. Het vereist een behoorlijke portie zelfwaardegevoel je na zo'n telefoontje nog een mens te voelen en niet een overbodig aanhangsel. Een storend relict uit een voorbije tijd.

Was het vroeger beter? De Münchense komiek Karl Valentin (1882-1948) heeft zo'n vijfenzeventig jaar geleden een sketch op grammofoonplaat opgenomen die nog steeds zo overtuigend overkomt dat hij wel uit het leven gegrepen moet zijn. 'Buchbinder Wanninger' heet hij. De man belt beleefd en bescheiden, zijn status kennend, het bouwbedrijf Meisel & Co. op om te melden dat de boeken zijn ingebonden. Of hij ze samen met de rekening mag opsturen? Bij de receptie wordt hij uiteraard doorverbonden, met het secretariaat. Onderdanig herhaalt hij zijn vraag. Wordt doorverbonden met de directie. Zijn formulering wordt wat onzekerder: 'de dinges ..., de boeken'. De directie verbindt hem door met de administratie.

De mevrouw daar raadt hem resoluut aan doorkiesnummer 33 te vormen. Dat kan hij zelf (hé, toen al interactief). Daar wordt opgenomen – zijn we terug bij af? – met 'Baufirma Meisel und Co.' Van nu af verwijst boekbinder Wanninger, steeds aarzelender, eventjes naar vorige contactpersonen: 'zoals ik de anderen gezegd heb'. Indruk maakt het niet. Ingenieur Plaschek zal hem kunnen helpen. Die vernufteling neemt zelfbewust op, omgekeerd evenredig met Wanningers stilaan bijna broddelende spreekwijze. Stotterend en misplaatst plechtstatig vraagt hij of hij de rekening mag 'offerieren'. Nee, zegt Plaschek, u moet bij architect Klotz zijn. De architect blijkt er evenmin over te gaan, maar de directeur zal ervan weten. 'Die is vandaag niet in de fabriek, maar ik schakel u door naar zijn woning.' (Wat een bereidwilligheid.) De directeur: 'Ik hou me niet bezig met die dingen. Misschien moet u bij afdeling 3 zijn. Ik schakel u door.'

Wanninger is intussen haast zijn identiteit kwijt: 'der Ding ist hier ...'; hoe heet hijzelf ook weer? Zijn verzoek, aanvankelijk amper drie zinnen, vertakt zich in uitgebreide hoofd- en bijzinnen. Dat ik u zou willen vragen of ik u mag meedelen dat (etcetera, etcetera). 'Ik verbind u met de boekhouding.' Onverminderd beleefd en geduldig, tot de onderdanigheid zelf verschrompeld, legt Wanninger zijn vraag voor. 'Zo, zijn de boeken nu eindelijk klaar!!' reageert een dragonder van een vrouwenstem. 'Brengt u ze morgenochtend ...' – dan rinkelt op de achtergrond een bel. 'Het kantoor is gesloten. Belt u morgen terug.' Einde gesprek. Boekbinder Wanninger, geprogrammeerd in voorkomendheid en zijn maatschappelijke plaats kennend, put zich nog uit in excuses, dankuwels, tekenen van begrip en instemming. En laat, na een korte pauze, bijna onhoorbaar stilletjes, twee scheldwoorden horen: Saubande, dreckade.

Het telefoongesprek heeft bijna zes minuten geduurd. Hoe pijnlijk de situatie ook is, het is heerlijk naar Karl Valentin te luisteren. Nog heeft hij in de Duitse theater- en literatuurgeschiedenis geen volledig burgerrecht verkregen, maar hij werd wel op handen gedragen door zo verschillende schrijvers als Brecht en Beckett. 'Humor ist, wenn man trotzdem lacht', zei Wilhelm Busch. Desondanks. En voor wie het plezier van de tekst niet voldoende is: 'De knechten zullen hun meesters verlossen' (Canetti). Tenzij die verkeerd verbonden zijn.

vrijdag 1 januari 2010

Fig. 1



Voorschriften, regelgeving, instructies, programma's, bepalingen, richtlijnen, jaarplannen, afspraken, doelstellingen, tradities, roosters, desiderata, normen, voorwaarden, gebruiken, verordeningen, functiebeschrijvingen, werkschema's, normen, decreten ...

Of een blanco programma , want 'was nicht ist, kann werden ...'

Afb. Marcel Broodthaers, Fig. 1 Programme (1972, Van Abbemuseum, Eindhoven)

zaterdag 26 december 2009

Claire


Ik weet waar je bent. Dat hoef je me niet te zeggen.
Zeg waar je naartoe wilt, of liever: spel het letter voor letter.
Voed me als gaf je je sigaret een vlam.
Zo ver is het. Wanneer je er zult zijn, kan ik je niet vertellen.
Waarom verbaast je mijn Nederlandse accent?
Je hebt voor mij gekozen.
Ik geef je instructies, als een strenge meesteres.
Wat ik wil, zeg ik je ruim op voorhand.
Wanneer het zover is, herhaal ik het kort en dwingend.
Als je gedaan hebt wat ik zei, dan zwijg ik.
Of had je nood aan bevestiging?
Vind je het lange zwijgen onaangenaam?
Ik toon waar je bent of liever hoe je steeds van plaats verandert.
De horizon schuift op.
Waarom deed je niet wat ik vroeg? Nee, dat denk jij, niet ik.
Ik negeer dat je mijn bevelen negeert.
Herberekenen heet dat.
Eigenlijk ben ik meegaander dan je denkt, al lijk jij mij te volgen.
Ik toon wat je niet kunt zien, wat je meestal niet eens wist.
Overbodige informatie? Weet ik veel wat je wilt.
Je hebt me niet alles gezegd.
De namen zijn mooi.
Waarom praat je tegen me? Wil je me corrigeren?
Denk je dat ik luister?
Ik stippel een weg voor je uit
Het lijkt of ik in de toekomst kan kijken.
Ik weet waar je bang voor bent. En waarschuw je.
Jij bent het die kijkt. Laat je niet afleiden.
Je deed weer niet wat ik zei.
Waarom denk je het beter te weten?
Ik wil je terugbrengen, je dwaling herstellen. Ik neem je niets kwalijk.
Weer negeer je mijn wil.
Begrijp je de U-wending niet?
Dóórrijden!
Klonk dat te bars?
Het was een teken dat jij me leidt.
Ik heb toegegeven. Ben je nu tevreden?
Bestemming. De zwart-wit geruite vlag, al ben je geen racer.
Ik ben uitgespeeld. Doe het nu maar zelf.


Claire is de stem van een Mio Global Positioning System. Op drie woorden na zijn alle andere haar in de mond gelegd en bijgevolg fictief.

Motto: 'We weten weinig van elkaar [...] We zijn erg eenzaam [...] Je kent me [...] Ja, wat men kennen noemt [...] Maar Hij wijst naar haar voorhoofd en haar ogen daar, daar, wat ligt daarachter? Kom nou, we hebben grove zintuigen. Elkaar kennen? We zouden elkaars schedeldaken open moeten breken en elkaar met geweld de gedachten uit de hersenvezels trekken.' (Georg Büchner, Dantons Tod, I,1)

donderdag 24 december 2009

dinsdag 22 december 2009

Consumptietijd


Reclame

Maar waar gaan we heen
onbezorgd wees onbezorgd
als het donker en als het koud wordt
wees onbezorgd
maar
met muziek
wat moeten we doen
vrolijk en met muziek
en denken
vrolijk
oog in oog met een einde
met muziek
en waarheen dragen we
het best
onze vragen en de huivering van al die jaren
naar de droomwasserij onbezorgd wees onbezorgd
maar wat gebeurt er
het best
als er doodse stilte

intreedt


Ingeborg Bachmann, 'Reklame', uit: Anrufung des Großen Bären, R. Piper Verlag, München, 1956 (vertaling Erik de Smedt)



Afbeeldingen: Andreas Gursky, 99 Cent (1999) en Barbara Kruger, Untitled (I shop therefore I am) (1987)

zaterdag 19 december 2009

De andere kant opkijken






Klimaatconferentie Kopenhagen,
7-18 december 2009

woensdag 9 december 2009

Non scholae sed vitae

Een leraar met examentoezicht schrijft of leest zelf niet. Het menselijk werkgeheugen heeft echter capaciteit genoeg om een vers in wording op te slaan.

Alsof de duivel hen wou jennen
zitten ze bladen vol te pennen.
Kinderen, ik wil jullie ijver niet verpesten
maar draag toch dit ook mee:
'La culture, c'est ce qui reste
quand on a tout oublié.'

donderdag 3 december 2009

Tijd verstreken

Omdat morgen de examens beginnen, moest ik alleen 's ochtends les geven. Dus even naar de bibliotheek. In de Stationsstraat een plaats gevonden, dicht bij de parkeerautomaat. Daar stop ik altijd geld in, sinds menselijke parkeerwachters door Turnhout patrouilleren. 11.26 uur. Een parkeerautomaat verlangt dat je precies kunt schatten hoeveel tijd je nodig hebt. Vijf minuten lopen, een kwartier in de bieb, vijf minuten om terug te keren: een half uurtje moet volstaan. Dat treft: met vijf 10-centstukken mag ik tot 11.51 uur. Ticket goed zichtbaar achter de voorruit.

Met een briefje in de hand komt een zuiders uitziende jonge vrouw naar me toe. Er staat een adres op. Of ik haar kan zeggen waar nummer 80 is. Het huis waar we voor staan draagt de nummers 60-58, richting station lopen ze blijkbaar af. Dus de andere richting. 'Loopt u maar even mee, ik moet ook die kant op.' Ze spreekt beter Nederlands dan ik aanvankelijk vanwege haar hulpeloze blik dacht. Vanwaar ze komt, vraag ik en maak haar daarmee ongewild tot allochtoon. 'Hier, van Turnhout', zegt ze. 'Eigenlijk uit Algerije.' 'Algérie' laat ze erop volgen, met iets meer warmte in haar stem. 'Ik ben nog maar een paar maanden in Turnhout. Ik vind het moeilijk hier mijn weg te vinden.' 'Ja', zeg ik, ''t is een kleine stad, maar met heel veel straten.' Intussen zijn we huisnummer 68 gepasseerd en staan we meteen voor nummer 82.

Hoe kan dat? We moeten er voorbijgelopen zijn. Terug naar het vorige pand, een appartementsgebouw. Nummer 68. Veel namen op de bellen, ook van vreemde origine, maar niet Moederzorg waar ze volgens het briefje dat de VDAB voor haar heeft geschreven, moet zijn. 'Bent u zeker dat het nummer juist is, misschien hebben ze zich vergist?' Maar met zo'n zorgvuldig handschrift is de VDAB-medewerkster in haar ogen onfeilbaar. Terug naar nummer 82. 'Faculteit voor mens en samenleving' – een heel ruim begrip. Misschien valt er ook Moederzorg onder. 'Een parking, zou het hier zijn?' vraagt ze aarzelend. Lijkt me onwaarschijnlijk, tot ons oog valt op een reeks naambordjes, waaronder 'Moederzorg vzw'. Pijltjes gevolgd, na wat zoeken de juiste ingang gevonden. Hier staat het: 2e verdieping. Ze glimlacht dankbaar, ik wens haar succes. Achter me hoor ik haar aan een paar uit de lift gestapte vrouwen vragen: 'Hier moederzorg?' Ze zal het wel vinden.

Op het briefje van de VDAB stond ook een tijdstip: 12 uur. Dan is ze ruim op tijd. Maar ook een datum: 1-12-2009. Twee dagen te laat. Misschien heeft ze de afspraak verschoven.

In de bibliotheek blijkt een hele plank boeken met het SISO-nummer 700.6 te staan, veel meer dan ik er thuis had gevonden. In de catalogus waren het er maar acht. Voor wie in boeken bladert staat de tijd als het ware stil. Zoveel interessants, meer dan zes kan ik er niet meenemen. Wikken en wegen. Het filmscenario dat ik bij nummer 798.63 dacht te vinden, is er niet. Volgens de catalogus moet het er zijn. Ik zie wel nogal wat boeken verkeerd staan. De bibliothecaris in me kan het niet laten ze op hun plaats te zetten. Ik beperk me tot twee planken, anders blijf je bezig.

Op weg naar de afdeling Duitse boeken blijft mijn blik hangen aan een mededeling bij opvallend lege poëzierekken. 'Een deel van de poëziecollectie is niet (meer) beschikbaar wegens uitzuiveringswerkzaamheden.' Griezelige term, zeker buiten de bibliotheekmuren. En het toegevoegde 'niet (meer)' voorspelt weinig goeds. Alsof het resultaat bij voorbaat vaststaat. Minder aanbod. 'Less is more.' Ik moet denken aan Ezra Pounds 'Literatuur is nieuws dat nieuws blijft.' Hier niet. Schlechte Zeit für Lyrik.

Bij de automatische uitleen (tijd gewonnen voor het personeel, om meer tijd te hebben voor de bibliotheekgebruikers) meldt het scherm: 'Kaart geblokkeerd. Geldigheid sinds 20-10-2009 verstreken.' Wachten aan de balie. Twee vrouwen voor me. 'Nee mevrouw, ik kan dit genre niet vinden. Vraagt u het 's aan de balie binnen. Wacht, ik ga even met u mee. [...] Er is niemand, maar blijft u daar toch maar wachten tot de bediende er is. Dat zal niet lang duren. Zij zal u kunnen helpen.' De vrouw voor me zegt dat ze een boek heeft gereserveerd. 'Dat mag u zelf nemen' wijst de bediende met een breed armgebaar naar het rek schuin achter hem. 'Niemand kan het in uw plaats nemen', voegt hij er niet zonder ironie aan toe. De zwakke plek in het systeem is slechts schijn.

Mijn beurt. Lidmaatschap verlengen. 'Is uw telefoonnummer nog juist?' (Al 27 jaar hetzelfde, denk ik, maar op tijd schiet me te binnen dat het met mobieltjes wel anders loopt.) 'En klopt dit e-mailadres?' 'Mag ik uw identiteitskaart even zien?' 'Een ogenblikje, ik heb zoveel kaarten' verontschuldig ik mijn gezoek. 'Maar u hebt toch maar één identiteitskaart?' repliceert hij. De man heeft zin voor humor. 'Zou wel leuk zijn,' zeg ik, 'verschillende identiteiten.' Maar daar kan hij niet om lachen. 'Het is in orde. U kunt weer boeken lenen.' De laserscanner van daarnet wil mijn geüpdatete kaart niet lezen. Op de uitleenplek ernaast, waar een moderner scherm frivool vraagt om het even aan te raken, doet de scanner het gelukkig wel. Ik heb tijd, vanmiddag immers geen les.

In de Stationsstraat geen spoor meer van de Algerijnse; het zal haar wel gelukt zijn. Wél, in de verte, twee in kerstrood met witte streep geklede parkeerwachters. Twaalf uur voorbij. De bon, afgedrukt om 12:12, stelt droogjes vast: 'Feit: tijd verstreken.' (Filosofische gedachte: wat ánders?) 'Wij stellen vast dat er geen geldig parkeerticket of bewonerskaart aangebracht was en u derhalve opteert voor het halve-dagbiljet. Dat geeft de mogelijkheid om van 09:00 tot 13:00 of van 13:00 tot 18:00 te parkeren op alle parkeerplaatsen in Turnhout waar betalend parkeren geldt.' Ik had me dus niet hoeven te haasten en had er gewoon nog 48 minuten langer mogen staan. 'Te betalen som: 12,50 EUR.'

Ik kan inderdaad slecht in de toekomst kijken en schatten hoeveel tijd ik nodig heb. Misschien zou per sms betalen een betere manier voor me zijn. Maar ik heb geen mobieltje, want ik ben – niet alleen vanmorgen – niet helemaal met mijn tijd mee. 'Ne me demandez-pas mon âge, il change tout le temps' stond vanmorgen te lezen bij de tractatie van jarige collega Piet, die ons ieder jaar drie dagen voor Sinterklaas op pepernoten vergast.

Vader Chronos verslindt zijn kinderen. Zuster Judith van Stationsstraat nummer 80, zorg goed voor de Algerijnse.