
'Wil je naar Aken,' had T. – denkend aan de verkeersellende in Lummen – me aangeraden, 'ga dan op 21 juli. Dan rijden er alvast geen Belgische vrachtwagens.' Zo gezegd, zo gedaan. Er vieren wel meer Belgen hun nationale feestdag in het buitenland. Toch is de dag nationaler geworden dan verwacht.
Op de autosnelweg richting Hasselt wordt de autoradio gestoord. Franstalige stemflarden verdringen de pianomuziek op Klara. Ik volg de hint van onze zuiderburen en stem af op 'la Première'. Een gastronomisch praatje over een bijna vergeten kaas, 'Fromage de Bruxelles'. 'Ette kèès', citeert de kenner in zijn beste Brussels. De jonge presentatrice laat het zich twee keer zeggen, tot ze hoort dat het een magere kaas is. Caloriebewust reageert ze nu geestdriftig. Intussen heeft de kenner ook verteld dat die 'Fromage de Bruxelles' eigenlijk in Vlaams-Brabant wordt gemaakt. De meeste mensen kennen hem niet meer, al hebben ze hem toch ooit wel 's geproefd, 'mais ça fait longtemps'. Omdat hij nogal sterk smaakt, kun je hem het best mengen met de vettere (40%) en vollere 'platte kèès' – 'du fromage blanc!' –, dan krijg je 'pottekèès'. De presentatrice herhaalt het allemaal, als ging het om een exotisch gerecht. Bij voorkeur, zegt de kenner, drink je er Geuze of Faro bij. Santé, het lijkt wel een culinaire Belgische parabel. L'union fait la force!
Klara is inmiddels helemaal niet meer te ontvangen. Er schort iets aan de Vlaamse uitstraling. Werk aan de winkel voor de publieksgerichte cultuurminister Bert Anciaux. De Franstalige zenders la Première en Musique 3 doen het echter prima, terwijl zelfs de Nederlandse zenders het in het Maasland laten afweten. Duitsland naderend, een cd opgezet. Bachs
Goldberg-Variationen word je nooit moe. Na 126 kilometer 'Aachen Zentrum', koud en regenachtig. Wanneer ik uit de auto stap, is het eerste wat ik op het parkeerterrein hoor 'ja, bij de geburen ...' Nog Belgen dus.
Bij andere gelegenheden is Aken synoniem met een bezoek aan de Kaiserdom met z'n betoverende octogonale Pfalzkapel en de Domschatz, aan het Ludwig Forum of het Suermondtmuseum. Vandaag ben ik alleen en kan me dus ongestoord (en zonder anderen te irriteren) overleveren aan de vier verdiepingen beslaande Mayersche Buchhandlung, een paradijs voor boekenwurmen. Je kunt er ongehinderd snuisteren, boeken lezen (daar staan comfortabele banken voor), cd's beluisteren (in makkelijke ligstoelen), een slok water drinken of een sapje, op het internet surfen, naar het toilet gaan of in het Café Belge (!) een hapje eten. Voor dat laatste verlaat ik toch liever het boekenparadijs. In de Alt Aachener Kaffee- und Weinstuben
Van den Daele (gesticht door een in de 19e eeuw uitgeweken Gentenaar) is het lekker eten.
Na de middag zit ik op een van de oranje banken te bladeren in
1000 Tage, die die Welt bewegten, een verzameling historische anekdotes
. Naast mij komt een jong koppeltje zitten met een grote Duitse herder, die zich zelfbewust uitstrekt op het vasttapijt. Hij fascineert me – normaal geen honden- maar een kattenliefhebber – mateloos; ik heb nooit zo'n prachtexemplaar gezien. Wanneer hij zich omdraait, zie ik aan zijn halsband een zwart-rood-goudgeel vlaggetje. Op bladzij 764 van
1000 Tage lees ik onder de titel 'Auf den Hund gekommen' (aan lager wal geraakt): 'Das zwiespältige Image des Deutschen Schäferhundes hat, wie so vieles, vor allem ein Mann auf dem Gewissen: Adolf Hitler.' Ik heb het stel maar niet gevraagd waarom hun hond een Duits vlaggetje droeg. Het voordeel van de twijfel.