donderdag 20 augustus 2015

zondag 9 augustus 2015

A la mémoire de – Robert Schaus (1939-2015) – zum Gedächtnis
















Wenn die Weihwassertropfen
verdunstet sind
greift ein jeder zu seinen Krücken
und schlägt rücksichtslos
auf die Wirklichkeit ein

Wanneer de druppels wijwater
verdampt zijn
pakt ieder zijn krukken
en beukt zonder pardon in
op de werkelijkheid


Uit: Robert Schaus, Het geheugen van de wilde vruchten, vert. Erik de Smedt, Zegwerk  Gent, 2001
(foto: de dichter leest voor uit Das Gedächtnis der wilden Früchte bij de presentatie van de vertaling op Druksel in Gent, april 2001)
Links:
Maison de la Poésie (Namur)
bijlage bij de vertaling (Zegwerk)
laatste exemplaren verkrijgbaar

woensdag 5 augustus 2015

woensdag 8 juli 2015

Hans Faverey (+ 8 juli 1990)


Verborgen in het zichtbare,
en daarin schuil gaande. Bal,
die de trap op stuitert;

sidderrog, sidderend.

Stoel die het onder zijn dwerg begeeft,
te licht al voor zijn leeftijd; zwart
kippebloed in de nanacht, opdat twee

families tot de tanden zich wapenen.

Dat het open veld zich ligt te ondergaan,
en geen enkele hamer ergens op slaat;
dat het woord zee zijn zee leegslurpt
en opnieuw zal uitspuwen, alleen
omdat ik het wil.

Hans Faverey, uit de bundel Tegen het vergeten (1988), in: Verzamelde gedichten, De Bezige Bij, Amsterdam, 2000, p. 570

zondag 5 juli 2015

Licht / object

James Turrell, Sloan Red (1968), tentoonstelling Kleur in het kwadraat. Lichtprojecties van James Turrell en Amish Quilts, De Pont museum, Tilburg, t/m 4 oktober 2015

maandag 13 april 2015

Günter Grass (1927-2015)













Troost voor Anna


Wees niet bang.
Zolang het regent,
zal niemand merken
dat je poppen huilen.

Wees niet bang.
Ik heb de revolver onder curatele gesteld,
al het lood is van ons,
we konden de klok ermee vullen.

Wees niet bang.
Ik zal de geluiden vangen,
in doosjes opsluiten
en naar de post brengen.

Wees niet bang.
Ik heb onze namen gecamoufleerd.
Niemand hoeft te weten hoe we elkaar noemen
wanneer we elkaar roepen.

'Zuspruch für Anna', in: Günter Grass, Werkausgabe, Band 1: Gedichte und Kurzprosa, Steidl, Göttingen, 1997 (vert. Erik de Smedt
)

maandag 6 april 2015

Uecker
















Over het zwijgen
van het schrift of
De sprakeloosheid


Manuele structuren,,,,,,,,,, reeksen,,,,,
gevormd door strepen,,,,,,,,,,,,,,, punten
of puntkomma's…………………......
………….. De herhaling van hetzelfde
wanneer het zich ontwikkelt tot veld…..
……………. De kwantiteit van het veld
wordt een optische kwaliteit,,,,,,,,,,,,,,
waar het afzonderlijke in het geheel
opgaat en zich verliest
in de onverschillige,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,
onhiërarchische volgorde van hetzelfde
en toch niet hetzelfde…………………....
Door de ontoereikendheid van wie
schrijft --------------------------------
zijn neiging tot fouten-,-,-,-,-,-,-
een zelf opgelegd principe te volgen
en te mislukken,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,
ontstaan afwijkingen van hetzelfde
;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;;
de ongelijkheden te vergelijken…
psychische processen worden
psychogrammen,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,
worden door innerlijk beleefbare
relaties zo met elkaar verbonden,,,,
dat ze een geheel vormen…......


‘Zum Schweigen der Schrift oder
Die Sprachlosigkeit‘ (1974/75)
(vert. Erik de Smedt)

Afb.: Günther Uecker, Zwischen Hell und Dunkel (1983)
Spijkers, acryl op doek op hout (tweedelig)
Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen, Düsseldorf

Tentoonstelling 'Uecker', K20, t/m 10 mei 2015.

zaterdag 14 maart 2015

maandag 2 februari 2015

'sneeuwlied' (Reinhard Priessnitz)



sneeuwlied


spreekt mijn spiegel zich blind
dan zal zwerven de sneeuwval
de scherf van de hemel
de ader van de nacht
speelt zijn stem
dwarrelend in het riet
mijn rechter de spiegel
speelt zijn stem
hen en haan
dan wordt als het sneeuwt
het spreken een winter
maaier en zeis
het hart een vlok
dan wordt zijn stem
een ijzige band
zijn ijs een bloem
een glazen scherf
van kloppende nacht
dan zullen we broeden
witte haan witte hen
onder sneeuwval en sneeuwval
dan zullen we zwerven
mijn sprekende spiegel
vriezende vragen
in de vallende droom

Reinhard Priessnitz (1945-1985), ‘schneelied’, in: vierundvierzig gedichte, edition neue texte, Linz-Wien, 1986 (vert. Erik de Smedt)